NEDERLAND LIGT ER UIT

NEDERLAND LIGT ER UIT

1. Verloren

Trots waren we, want we gingen winnen. 17 miljoen Nederlanders beschikten over het talent van de voetbalcoach. Althans, dat schreven de kranten, zeiden de radio’s, en twitterde de sociale media. Maar dan toch 17 miljoen Nederlanders min ten minste een.

Gelukkig werd het media-geweld iets rustiger na het verlies tegen Kroatië. Maar niet voor lang, want het EK ging gewoon door en daar sloot de berichtgeving over tennis, wielrenners  en andere sportievelingen zich rap bij aan.

In die akelig dominante perioden van sport waar heel Nederland van moet genieten, zou het toch aardig zijn om enige ruimte in te richten voor de stakker die niet zo aan het fenomeen sport gehecht is als hem of haar door de sportverslaggeving toegeschreven wordt. Wat zou dat heerlijk zijn: een medium waar dan geen enkel geluid of beeld over sport gaat. Waar die stakker gewoon zijn van andermans sport verstoken zelf mag zijn.

Nu is stilte zonder meer het genieten waard, maar soms is het goed te weten wat er meer in de wereld aan gaat dan de harde, niet aan te ontkomen aandacht voor sport. Stel je een hemel voor waar informatie uit het sportloze leven gewoon door gaat, afgewisseld met enige acceptabele of anders in het geheel geen muziek.

Een beetje minder profsport en van het vrijkomende geld valt met gemak een nieuwe zender op te zetten met analyses en achtergrondinformatie over andere wereldse zaken. Het piepkleine groepje Nederlanders die niet zo fanatiek op sport zijn als alle andere 17 miljoen zou daar heel blij mee zijn.

 

2. We liggen eruit!

Het is niet anders, en eerlijk gezegd komt het niet echt onverwacht.

Ons aller coach had al laten doorschemeren dat het moeilijk zou worden. Een belangrijke steen in onze verdediging ontbrak, iets dat we op geen enkele manier konden compenseren. Ook aanvallend liet het spel te wensen over: groot vertrouwen in acties over zóvéél schijven, eindeloos geschuif, leunen op de laatste aanval. Waarom niet eenvoudig, meer direct gespeeld? Een verkeerd systeem, typisch keuzes op glad ijs.

Het was allemaal te passief, te slap zelfs, zeker kijkend naar andere teams die niet schroomden om af en toe een flinke veeg uit te delen. We hadden ons oranje krachtiger over het voetlicht moeten brengen. Toegegeven, kille, stille tribunes werken niet direct motiverend.

Natuurlijk was er ‘in het land’ sprake van optimisme, we deden weer mee en was het in de laatste jaren niet te vaak voorgekomen dat we de eindronde niet haalden. Dan is er geen plaats voor teleurstelling, meer voor een opgeheven hoofd. Fris en frank de boer op zullen we maar zeggen.

We liggen eruit, dus niet getreurd. Het feit dat we hebben kunnen meedoen aan het WK Curling is al een prestatie op zich.

 

3. Nederland ligt er uit

Sport is een spelletje dat je kunt winnen of verliezen. De verliezer krijgt niets, en de winnaar eigenlijk ook niet, afgezien dan van een suffe medalje of een afgrijselijke kelk, en een vluchtig moment van roem en aandacht. Daarna begint alles weer opnieuw. Er zijn altijd veel verliezers, en er is maar één winnaar. Verliezen is dus eigenlijk normaal, winnen de uitzondering.

Toch wordt het verliezen van het spel, wanneer dat spel internationaal gespeeld wordt, meestal uitgemeten als een nationale ramp. Nederland ligt eruit! Dat het natuurlijk niet om Nederland draait, maar om de individuele sporter zelf, of een team van sporters, dat doet er niet toe. Wie het spelletje internationaal speelt wordt in een oranje katoentje gehesen en is vanaf dat moment partizaan voor de goede zaak van het vaderland. Die goede zaak wordt natuurlijk niet gediend met verliezen. Winst is de norm, en die wordt er door de media al ruim voordat het spel gespeeld gaat worden bij de patriotten in het stadion of thuis op de sofa met kracht ingepompt. En als het spelletje dan toch is verloren beginnen de sportanalysten, permanent op de vlucht voor de totale nutteloosheid van hun bestaan, op alle zenders hun naarstige zoektocht naar de schuldigen.

De status van de sporter balanceert in dit opgeklopte volkssentiment steeds tussen held van morgen en sukkel van vandaag. Dat geldt in het bijzonder de atleten die het lot toevalt de volkseer op de Olympische spelen te mogen verdedigen. De oude Grieken al gebruikten hun Olympische spelen als een onschuldige krachtmeting tussen de verschillende stadsstaatjes; oorlog voeren kon altijd nog. De atleten vertegenwoordigden op de spelen hun stad.

Daarin is dus in de moderne editie van de Spelen niets veranderd. De atleten komen uit voor hun land, niet voor zichzelf. Ze hebben zich te houden aan allerhande regeltjes, protocollen en verplichtingen en maken deel uit van een nationaal team waarvan zij de meeste leden nog nooit hebben gezien. Ze komen niet voor hun plezier, maar om hun land zoveel mogelijk medaljes te bezorgen. De verliezers -en dat zijn er velen- worden stilletjes van het tournooiveld verwijderd en op het eerste vliegtuig naar huis gezet. Uithuilen doen ze maar thuis. En zo geschiedt het, dat na de Spelen elk land triomfantelijk een overzichtelijk team van louter helden inhaalt.

Als straks de helden van oranje, rinkelend met hun medaljes, bij hun terugkeer op vaderlandse bodem door deze of gene bonzo worden geloofd en geprezen, laten we dan denken aan al die gevallen engelen voor wie geen plaatsje vrij is in de sporthemel. Omdat het vaderland niet van verliezers houdt.

 

Pafort & Partners

 

Reageren? Dat kan: info@pafortpartners.com