NIEUWSUUR MET RUTTE

NIEUWSUUR MET RUTTE

Wat had Rutte beter kunnen zeggen?

Op 11 mei 2021 werd Mark Rutte in Nieuwsuur geïnterviewd door Mariëlle Tweebeekedie. Rutte had aangekondigd dat hij hier zijn radicale ideeën waar hij lang over had nagedacht uiteen zou zetten: de nieuwe bestuurscultuur. Het interview werd een sof, – althans zo vonden velen. Wij van Pafort & Partners waren en zijn het daar nog steeds van harte mee eens, maar we vroegen ons af wat Rutte dan wel in dat interview had moeten of op zijn minst had kunnen zeggen. Hieronder een paar mogelijkheden.

 

1. Fijn dat ik hier mag zijn

Hier bij u, bij Nieuwsuur. U weet dat ik hier niet zit als minister-president, maar als fractieleider van de VVD. Ik wil het dan ook vooral over de toekomst hebben en de ideeën die mijn partij, op grond van de laatste politieke ontwikkelingen, heeft over hoe deze ontwikkelingen bij kunnen dragen aan een wijziging in de bestuurscultuur. Gebleken is immers dat vrijwel alle fracties in de Tweede Kamer een andere bestuurscultuur voorstaan dan die er onder mijn leiding als minister-president de afgelopen tien jaar is geweest. Ik heb aangekondigd dat ik hierover diep heb nagedacht en dat ik hier radicale ideeën op tafel zou leggen.  En ik moet toegeven, het meervoud is enigszins misplaatst. Want het gaat eigenlijk om maar één  idee. Maar het is wel een zeer belangrijk idee dat ik hier wil opperen: het betreft vertrouwen en openheid.

De laatste tien jaar, maar zeker ook de periode daarvoor is er een van bestuurlijke beslotenheid –en ik geef het zonder meer toe- ook ik heb daaraan bijgedragen. De verhouding tussen regering en kamer is er meer en meer een geworden van coalitie versus oppositie en die tussen overheid en burger meer en meer een van afstand en wantrouwen. Mijn idee nu is dat dit radicaal anders moet en mijn partij en ik willen en zullen ons voor een dergelijke verandering ten volle inzetten. Het gaat er niet om het verleden af te doen of te veroordelen. Tijden veranderen en het is zonder meer gebleken dat we op een veranderingspunt zijn aanbeland. Een aantal affaires –en ik ga daar nu niet verder op in, ze zijn welbekend– hebben dat duidelijk aangegeven. Tijden veranderen. Ik ben me daar volledig van bewust en ik vind dat ik in mijn positie van fractieleider van de grootste partij ook mede richting aan die verandering moet geven. Zonder daarmee echter onze partij-idealen te verloochenen, maar juist omdat het voor het land beter zal zijn als de overheid haar burgers en dan bedoel ik ál haar burgers serieus neemt en daarbij van vertrouwen uitgaat, maar waar dit vertrouwen beschaamd wordt, hard weet op te treden. En het moet mogelijk zijn om de communicatie met de Tweede Kamer en dan bedoel ik de héle Tweede Kamer serieus te nemen en waar deze communicatie zich in beslotenheid afspeelt, de Kamer over het waarom van die beslotenheid eenduidige helderheid te verschaffen. Alleen op die manier zal vertrouwen zich kunnen gaan manifesteren. Juist het opbouwen van dat vertrouwen acht ik van het grootste belang in deze tijd van diverse crisissen, in deze tijd, die op haar beurt ook weer zo verschillend is van de tijden hiervoor. Juist vertrouwen is een noodzaak om de toekomst van ons land uit de crisis van deze tijd te redden.

En uiteraard bedoel ik dat dat vertrouwen wederzijds moet zijn. Ik van mijn kant kan u nu al zeggen dat ik er vertrouwen in heb dat het idee dat ik hier opper zijn positieve neerslag zal kunnen vinden bij al degenen die de toekomst van ons land een warm hart toedragen.

 

2. Zomaar een interview geduid.

Mark Rutte schoof aan bij Nieuwsuur om volgens de aankondiging ‘radicale ideeën’ te ontvouwen over de politiek voor de komende jaren. Een verrassend antwoord op een voor de hand liggende vraag: Waarom deze hemelbestormende gedachten niet in de Kamer, bij uitstek de plek waar het politieke debat moet plaatsvinden, naar voren gebracht. Rutte meldde, in navolging van Den Uyl, twee dingen: ten eerste zit ik hier als leider van de VVD en niet als premier van alle Nederlanders en, belangrijker nog, ten tweede, ben ik geen hemelbestormer, maar iemand van lijnen van geleidelijkheid. Een ontboezeming.

Tweebeeke zei razend benieuwd te zijn naar wat Rutte te melden had op het gebied van zichzelf opnieuw uitvinden, want dat heeft ex-informateur Tjeenk Willink immers geconstateerd, dat de doorgewinterde politicus zijn werkwijze drastisch moet veranderen. Rutte herhaalde zijn standpunt, drastisch veranderen is iets voor de Baudets van deze wereld. En kijk eens wat ervan komt. Nee, hij neemt zich de wijze raad van TW zeer ter harte, maar wonderen mogen niet worden verwacht. En waarom ook, los van enkele betreurenswaardige incidenten, is de natie in het afgelopen decennium best-wel-redelijk bestuurd. Met de VVD als kern van een aantal kabinetten. Niemand kan zich na zo’n 10 jaar geloofwaardig fundamenteel veranderen.[1]
Natuurlijk zal hij als politicus, luisterend naar de geluiden in het land, zaken/gedragingen proberen bij te buigen. Ombuigen is van een andere orde.

Daarnaast wilde B. nog even weten of hij zelf getwijfeld had over doorgaan als premier. Er was immers in het notulendebat een motie van afkeuring tegen hem ingediend die gesteund werd door veel van zijn politieke vrienden. Rutte antwoordde dat hij van enkele van zijn coalitiepartners, mede gezien de goede verhoudingen in Rutte III, een loyaler opstelling had verwacht. Het zware debat kreeg daardoor een extra lading, maar er was geen sprake van een gestold wantrouwen. Uit dit laatste meent hij voorzichtig te mogen afleiden dat er een weg voorwaarts is, zeker voor de lijstrekker van de partij die de verkiezingen heeft gewonnen. “Ik heb getwijfeld over de uitkomst van het debat, maar nimmer aan mijn eigen waarnemingsvermogen.”
Als fractievoorzitter van de VVD de formatiegesprekken ingaan, zou overigens een prima alternatief zijn geweest. Dan had een andere bewindspersoon, minder ingewerkt, de Corona-kar moeten trekken. Zou dat in het belang van het land zijn geweest?”

Rutte zei dat hij zich wel gerealiseerd heeft dat er moet worden gewerkt aan andere verhoudingen. De faux pas van minister Ollongren, Rutte “…het zij haar vergeven…”, met haar zichtbare aantekeningen (‘Omtzigt functie elders’) heeft mensen aan het denken gezet, en zichtbaar gemaakt dat we iets moeten met bestuurlijke vernieuwing, met macht en tegenmacht. Daarover zou een goede dialoog in en met het parlement gevoerd moeten worden. De hoop uitsprekend dat vanuit de Kamer een krachtig initiatief in deze richting wordt genomen. Verwacht in deze van mij een positief-dienende opstelling.[2]

Het rapport over de kindertoeslag-affaire ging al deels over veranderende verhoudingen, antwoordde Rutte. “Wat er bij is gekomen is de vraag hoe je een echte maatschappelijke discussie in de Kamer zou kunnen voeren, hoe deze als Kabinet te faciliteren en hoe de dialoog – we denken teveel in termen van debat, het gaat immers ook en vooral om luisteren – tussen alle partijen, m.n. die van het midden, gevoerd zou moeten worden.”

Dit is dus kennelijk de ‘nieuwe’ Rutte te zijn. Iemand die zegt tot het inzicht gekomen te zijn dat zijn methode om conflicten te voorkomen en verschillen glad te strijken er toe heeft geleid dat er te weinig meningen echt zijn gewisseld. Dit moet voortaan anders. “Ik heb de afgelopen jaren misschien bijgedragen aan het laten wegebben van de tegenstellingen. Maar is dat niet ook de rol van een premier in kabinetten van wisselende samenstelling? In het land waar het gedogen is uitgevonden, mag er best een vleugje control zijn.”

Hij legt desgevraagd uit hoe hij zichzelf gaat veranderen. “Verwacht geen drastische koerswijziging. Ik ben het aan mijn functie verplicht een goede sfeer te bevorderen, maar er moeten wel besluiten worden genomen. Al dit ertoe leidt dat partijen[3] zich minder kunnen profileren, is dat een betaalbare prijs.”

Hij zegt, gevraagd naar zijn beruchte geheugenverlies, een druk bezet man te zijn, dat er veel op zijn bureau komt. “Als ik verklaar ergens geen actieve herinnering aan te hebben, dan is dat ook zo. Maar ik zal beter op moeten letten en bij alles dat ik onder ogen krijg mezelf moeten afvragen, is dit groot of klein, ben ik hier voldoende gefocust op de hoofdlijnen[4]?”

Voor de nieuwe bestuurscultuur noemde hij een aantal ideeën. Zoals dat debat vrijdags in de ministerraad gevolgd zou moeten worden door een dialoog in de Kamer. Het kabinet moet de Kamer eerder bij zaken betrekken, wat niet wegneemt dat wij ons eerst breed in de samenleving zouden mogen en moeten oriënteren. “Het belangrijkste is de relatie tussen burger en overheid. Elke organisatie moet bij zijn plannen de menselijke maat vooropstellen, laten we daarbij voorkomen hier geen papieren werkelijkheden te creëren. Daarnaast is er het probleem van burgers die geen gehoor vinden. Binnen onze uitvoeringsorganisaties moet daarvoor meer serieuze aandacht komen. We gaan zorgen ervoor dat mensen zich gehoord weten. Ik werp de gedachte ver van mij dat er iets als een club moet komen tussen kabinet en burger. Nieuwe instituties zijn geen oplossingen voor problemen die primair in de vertrouwenssfeer liggen. Een onafhankelijke rapportageplicht van uitvoeringsinstanties richting Kamer moet zeker nader uitgewerkt worden.”

Tot slot ging het nog even over Pieter Omtzigt. Rutte zei sms-contact met het CDA-Kamerlid te hebben. Ze hebben afgesproken een gesprek met elkaar te zullen voeren maar vanwege de gezondheidstoestand van Omtzigt is nog onduidelijk wanneer dat zal plaatsvinden. “We hebben ge-sms’t. Ik wil graag met Pieter in gesprek”, zegt Rutte.[5]

Een waardige afsluiting…

[1] Mooi gesproken MR, in het echt een citaat van Ester Ouwehand (PvdD). [2] Daarbij denkend: een groot deel van die eikels is daartoe absoluut niet in staat, dus er kleeft aan zo’n debat weinig risico. [3] Lees ‘andere partijen’! [4] Onze staatsman vergiste zich door hier van ‘details’ te spreken. [5] In werkelijkheid zij die andere Mark “Hij wil graag een gesprek met mij.”

 

3. Rutte’s gang naar Canossa

Mevrouw de voorzitter,

De Kamer heeft mij gevraagd mijn visie te geven op een nieuwe bestuurscultuur. Ik heb laten weten daar radicale ideeën over te hebben. Dat was ietwat overmoedig, stel ik nu vast; ideeën heb ik wel, maar wellicht zijn ze niet zo heel erg radicaal. Daar moet u straks zelf maar over oordelen.

Ik sta hier voor u, niet als minister-president, demissionair of beoogd, maar als kamerlid en fractieleider. Het is mij opgevallen dat de leden van deze kamer in de afgelopen dagen deze petten niet goed uit elkaar hebben weten te houden, en mij in mijn hoedanigheid van premier hebben aangevallen op uitspraken die ik tijdens de verkenningsgesprekken als in mijn functie van fractievoorzitter van de VVD heb gedaan.  Dat leidde tot een in dit huis niet eerder vertoonde, en wat mij betreft niet voor herhaling vatbare strafexercitie waarbij kamerleden een ander kamerlid bestoken met moties van wantrouwen en van afkeuring. Als wij elkaar als kamerlid de maat willen nemen horen we dat te doen op de gebruikelijke wijze: achter de microfoon, in een debat, en met argumenten. De vloer van de Tweede Kamer is daarvoor de arena, en onze vergaderorde bepaalt wat we daar wel en niet mogen doen. Moties van afkeuring en van wantrouwen zijn instrumenten van de Kamer om regering of bewindslieden tot de orde te roepen, niet collega-kamerleden. Dat de Kamer dit onderscheid in mijn geval kennelijk uit het oog is verloren stemt niet vrolijk en doet de vraag rijzen of het eigenlijk wel verstandig is dat zittende demissionaire bewindslieden tevens als fractieleider deelnemen aan formatiegesprekken. Niet alleen heeft kennelijk de Kamer moeite om die rollen goed van elkaar te onderscheiden, het is ook niet uitgesloten dat de spelers van die dubbelrol dat zelf ook niet kunnen. En mag ik u eraan herinneren dat het hier niet alleen mijn persoon betreft, maar ook die van de fractieleiders van het CDA, van D’66 en van de SGP? Laten we hier maar eens over nadenken.

Lees verder onder artikelen

 

Pafort & Partners

 

Reageren? Dat kan: info@pafortpartners.com